Alle artikelen
Career & Growth12 min lezen
  • English
  • Nederlands

Read this article in English

25 jaar developer: van Notepad en IE6 naar TypeScript en AI

Van Notepad, tabellen en Internet Explorer 6 naar TypeScript, Git en AI: 25 jaar webdevelopment — en wat er in al die tijd níet veranderd is.

Breed bureaubeeld "25 years of development": linksboven een briefje met HTML, tabellen en IE6-hacks naast een Internet Explorer 6-bordje, rechtsboven een neonlijst met TypeScript, React, Git en AI assistants, en daartussen een CRT-monitor uit 2001 tegenover een moderne setup met een AI-assistent

Vandaag, op 1 september, ben ik precies 25 jaar developer. Dat vind ik eerlijk gezegd best een bijzonder idee. Niet alleen omdat 25 jaar gewoon ontzettend lang klinkt, maar vooral omdat het vak waarin ik ooit begon bijna niet meer te vergelijken is met het vak dat ik vandaag uitoefen. In 2001 begon ik tijdens mijn studie als developer. Ik hield me aanvankelijk bezig met 3D-games in Virtools, maar al snel trok het web mijn aandacht. Websites bouwen voelde een beetje als magie: je typte iets in een tekstbestand, zette het op een server en ineens kon de hele wereld het bekijken.

Al was webdevelopment destijds wel iets anders dan nu. Op school mochten we bijvoorbeeld nog geen CSS gebruiken. Styling deed je gewoon in je HTML, met <font>, color en allerlei attributen die we tegenwoordig waarschijnlijk direct uit een codebase zouden verwijderen. Voor de layout gebruikte je tabellen. Niet omdat er tabulaire data op de pagina stond, maar omdat dat simpelweg de manier was waarop je elementen op de juiste plek kreeg. Mijn development environment was Notepad. Geen IntelliSense. Geen autocomplete. Geen AI-agents. Geen npm package die precies deed wat je nodig had. Frameworks en libraries zoals we die tegenwoordig kennen waren er nauwelijks. Stack Overflow bestond nog niet eens. Je typte alles zelf. Alles.

Versiebeheer was er bij mijn eerste projecten ook nog niet. Geen Git, geen SVN. Een nieuwe versie betekende simpelweg dat je zelf regelmatig een kopie van alle bestanden maakte. Het liefst in een map met een naam waarvan je later nog een beetje kon achterhalen welke versie het eigenlijk was. 😅 En deployen? Ook dat ging anders. Bestanden uploadde je via FTP en soms paste je een bestand gewoon rechtstreeks aan op de productieserver. Geen pull request. Geen code review. Geen CI pipeline. Geen staging environment. Gewoon het bestand openen, aanpassen, opslaan en hopen dat je geen fout had gemaakt. Als ik daar nu over nadenk, klinkt het bijna onverantwoord. Toen was het gewoon development.

En als de website er vervolgens goed uitzag, was je nog lang niet klaar. Daarna begon misschien wel het moeilijkste onderdeel: zorgen dat hij ook werkte in alle browsers. Internet Explorer 6 verdient wat dat betreft een speciale vermelding. 😬 Iedere developer die in die periode websites heeft gebouwd, weet waarschijnlijk onmiddellijk wat ik bedoel. Verschillende browsers interpreteerden HTML en CSS net even anders en voor Internet Explorer waren vaak aparte hacks nodig. Het was niet ongebruikelijk dat een website in Firefox perfect werkte en in Internet Explorer compleet uit elkaar viel. Er zijn waarschijnlijk maanden van mijn leven verdwenen in browser compatibility. En alsof dat nog niet genoeg was, kregen we ook nog de Eolas-patentzaak. Daardoor veranderde Microsoft de manier waarop interactieve content zoals Flash in Internet Explorer werkte en moesten ineens enorme aantallen bestaande websites worden aangepast. In no-time mochten we projecten die eigenlijk allang klaar waren opnieuw onder handen nemen. Dat soort dingen klinken inmiddels bijna prehistorisch.

Social media voordat we het social media noemden

Rond 2002 begon ik Eastcore. Eastcore heb ik helemaal zelf gebouwd, van de database en backend tot de functionaliteit aan de voorkant. Het platform had gebruikersprofielen, foto's, chat, een agenda en allerlei mogelijkheden om met elkaar in contact te komen. Een socialmediaplatform dus. Alleen noemden we dat toen nog niet zo. Facebook bestond immers nog niet. Dat zou pas in 2004 worden opgericht. 😉

Achteraf gezien vind ik het nog steeds bijzonder dat ik in mijn eentje zo'n compleet platform heb gebouwd in een tijd waarin er nauwelijks frameworks, libraries of kant-en-klare diensten beschikbaar waren. Als je iets nodig had, bouwde je het zelf. En eigenlijk zegt Eastcore veel over wat ik altijd het leukste heb gevonden aan development: iets bedenken waarvan je nog niet precies weet hoe je het moet maken en het vervolgens gewoon gaan bouwen.

Daarna werkte ik bij Treshold en later bij Lost Boys. Ik programmeerde in de loop der jaren in ongeveer alles wat voorbijkwam: PHP, Java, .NET, JavaScript en vooral heel veel Flash. Flash was destijds fantastisch. Je kon ervaringen bouwen die met HTML simpelweg onmogelijk waren: animaties, games, interactieve campagnes en complete websites waarbij je nauwelijks nog het gevoel had dat je naar een website zat te kijken. Later zouden we Flash massaal vaarwel zeggen en werden JavaScript en uiteindelijk HTML5, CSS en moderne frontendtechnologieën krachtig genoeg om hetzelfde, en veel meer, rechtstreeks in de browser te doen.

Vijftien jaar MediaMonks

In 2008 begon ik bij MediaMonks. Ik zou er uiteindelijk vijftien jaar blijven. Toen ik begon, was mijn werk vooral heel hands-on: websites en interactieve campagnes bouwen. In de jaren daarna groeide niet alleen MediaMonks enorm, maar veranderde ook mijn eigen rol. Ik werd Lead Frontend Developer, Technical Director en uiteindelijk Global Frontend Director. Op een gegeven moment was ik verantwoordelijk voor een frontendorganisatie van ongeveer 140 developers verspreid over verschillende landen.

Toch heb ik mezelf nooit echt gezien als een manager die toevallig ooit developer was. Ik wilde altijd dicht bij de techniek blijven: architectuur bedenken, code reviewen, standaarden ontwikkelen, developers coachen, maar ook gewoon zelf mijn editor openen en bouwen. In die vijftien jaar heb ik mogen werken aan projecten voor een enorme hoeveelheid bekende merken, waaronder Albert Heijn, Efteling, Amazon, Coca-Cola, Heineken, IKEA, Nickelodeon, Hyundai Genesis en nog veel meer. Een aantal van die projecten won FWA's en andere awards. 🏆

Maar sommige projecten zijn me vooral bijgebleven omdat werkelijk iedereen ze leek te kennen. Een van mijn favoriete voorbeelden is de Albert Heijn Voetbalplaatjes-campagne. Half Nederland was voetbalplaatjes aan het sparen, maar digitaal deden we iets wat voor die tijd behoorlijk vernieuwend was: je kon je eigen voetbalplaatje maken en dat vervolgens terugzien in een interactieve, gepersonaliseerde video. Je eigen voetbalplaatje werd onderdeel van een commercial met bekende voetballers. Zij reageerden op jouw plaatje alsof het daadwerkelijk bij de verzameling hoorde.

Tegenwoordig zijn gepersonaliseerde video's niet heel bijzonder meer, maar destijds was dit compleet nieuw. Voor die tijd was interactieve video op deze schaal behoorlijk vernieuwend. En het werkte soms iets té goed. Mensen dachten serieus dat de video die ze zagen echt voor hen was opgenomen. Ik ben zelfs gebeld door mensen die wilden weten hoe we het voor elkaar hadden gekregen dat bekende voetballers in een commercial hún persoonlijke voetbalplaatje vasthielden. Voor mij is dat nog steeds een van de leukste complimenten die je als developer kunt krijgen: dat de techniek zo goed werkt dat mensen niet eens meer doorhebben dát het techniek is.

Hetzelfde gold voor de voetbalpoule op Hyves. Hyves — wie kent het nog? 😄 In de tijd vóór Facebook in Nederland alles overnam, zat ongeveer iedereen op Hyves. Ik bouwde daar de voetbalpoule waarop vervolgens heel Nederland zijn voorspellingen leek in te vullen. Dat soort projecten maakten die periode ontzettend leuk. Je zat achter je computer iets te bouwen en een paar weken later gebruikte een enorm deel van Nederland het.

Tijdens grote voetbaltoernooien was het sowieso soms bijna komisch. Dan zat je tussen de WK-wedstrijden naar de reclameblokken te kijken en kon je bij de ene commercial zeggen: “Daar hebben wij de website van gemaakt.” Vervolgens kwam de volgende reclame: “Die ook.” En nog één: “Ja, die ook.” Op sommige momenten voelde het bijna alsof we achter de digitale campagne zaten van ieder groot merk dat tijdens het WK voorbij kwam. Het waren soms idiote periodes met korte deadlines en bizarre technische uitdagingen, maar ook met enorm veel creatieve vrijheid.

Van Nederland naar Argentinië

Een van de grootste veranderingen in mijn leven kwam toen ik voor MediaMonks naar Argentinië verhuisde. Ik heb ongeveer twee jaar in Buenos Aires gewoond en gewerkt. 🇦🇷 Dat was niet alleen professioneel een bijzondere ervaring. Ineens werkte ik iedere dag met mensen met een andere taal, cultuur en manier van communiceren. Ik leerde daar misschien wel net zoveel over mensen en teams als over technologie.

Later hielp ik ook met het opzetten van developmentteams in India en Kazachstan. Dat deden we grotendeels remote, lang voordat volledig remote samenwerken zo normaal werd als tegenwoordig. Ik ontdekte hoe belangrijk cultuur, communicatie en vertrouwen zijn wanneer je met internationale teams werkt. Wat in Nederland vanzelfsprekend lijkt, hoeft dat aan de andere kant van de wereld absoluut niet te zijn.

Het mooie daarvan is dat sommige van die relaties veel langer meegaan dan een baan of project. Vandaag werk ik bijvoorbeeld opnieuw samen met Timur en Yerniyaz uit Kazachstan, met wie ik jaren geleden al bij MediaMonks werkte. Inmiddels doen we samen projecten vanuit mijn eigen bedrijf Glaciavis. Dat vind ik misschien wel een van de leukste dingen aan 25 jaar in hetzelfde vak zitten: mensen verdwijnen soms jarenlang uit beeld en ineens kruisen je wegen elkaar opnieuw.

De cirkel rond

Dat geldt ook op een andere manier. Op dit moment werk ik opnieuw samen met Roel, met wie ik ongeveer 25 jaar geleden afstudeerde. Destijds maakten we onder andere samen de Apart Speltafel: een fysiek interactief spel in de vorm van een tafel, met knoppen, lampjes en software die alles aanstuurde. Voor die tijd was dat behoorlijk bijzonder en het paste precies bij wat ik toen al zo leuk vond: techniek gebruiken om iets te maken dat mensen echt konden ervaren. Nu, een kwart eeuw later, bouwen we opnieuw samen aan projecten. Daarmee voelt de cirkel ergens mooi rond. 🔄

Ondertussen ben ik sinds 2023 weer zelfstandig en werk ik als freelance Lead Frontend Engineer, architect en developer. Daarnaast ben ik Glaciavis gestart, waarmee ik samenwerk met een netwerk van internationale developers. En momenteel heb ik meerdere leuke projecten tegelijk lopen. Dat is misschien nog wel het grootste verschil met een aantal jaar geleden: ik heb opnieuw bewust gekozen voor veel meer hands-on development. En dat bevalt me uitstekend.

25 jaar verandering

Als ik terugkijk op 25 jaar development, is het bijna onmogelijk om op te sommen hoeveel er veranderd is. We gingen van websites die ontworpen werden voor één vaste desktopresolutie naar responsive websites voor duizenden verschillende schermformaten. Van tabellen naar CSS. Van Flash naar HTML5. Van JavaScript zonder fatsoenlijke tooling naar TypeScript.

Van handmatig mappen kopiëren als “versiebeheer” naar Git, branches en pull requests. Van bestanden via FTP uploaden en soms rechtstreeks op productie aanpassen naar code reviews, staging environments en volledig geautomatiseerde CI/CD pipelines. Van servers onder je eigen bureau naar cloudplatformen die wereldwijd automatisch kunnen schalen. Van websites van een paar pagina's naar enorme webapplicaties die vroeger zonder twijfel als desktopsoftware gebouwd zouden zijn.

We kregen jQuery, Angular, React, Vue, Next.js, Node.js, npm en een eindeloze stroom frameworks en libraries die kwamen, populair werden en soms ook weer verdwenen. En nu staan we opnieuw midden in misschien wel een van de grootste veranderingen die ik in mijn carrière heb meegemaakt: AI. 🤖

Van alles zelf typen naar programmeren met AI

Er zit iets grappigs in het contrast. 25 jaar geleden typte ik werkelijk iedere regel code zelf in Notepad. Vandaag werk ik vrijwel dagelijks met AI tijdens het programmeren. AI kan code schrijven, tests genereren, refactors voorstellen, documentatie maken, complexe code analyseren en soms in minuten werk uitvoeren waar je vroeger uren mee bezig was. Ik gebruik het dan ook veel. Heel veel.

Maar juist doordat ik AI dagelijks gebruik, ben ik er ook steeds meer van overtuigd geraakt dat ervaring niet minder belangrijk wordt. Misschien juist belangrijker. AI kan razendsnel een oplossing produceren, maar je moet nog steeds kunnen beoordelen of het een goede oplossing is. Je moet weten welke architectuur logisch is, welke abstractions zinvol zijn, wanneer code onnodig complex wordt, wat veilig is, wat schaalbaar is en wat onderhoudbaar blijft wanneer twintig developers er over drie jaar nog aan moeten werken. En je moet vooral herkennen wanneer AI vol overtuiging complete onzin produceert.

Na 25 jaar heb ik ontzettend veel technologieën gezien waarvan we ooit dachten dat ze dé toekomst waren. Sommige waren dat ook. Andere verdwenen geruisloos. Daarom probeer ik tegenwoordig iets minder onder de indruk te zijn van de technologie zelf en iets meer te kijken naar het probleem dat we ermee proberen op te lossen.

Wat niet veranderd is

Er is in 25 jaar ontzettend veel veranderd. Maar het grappige is dat de reden waarom ik dit werk leuk vind nauwelijks veranderd is. Ik vind het nog steeds fantastisch om iets te bedenken en het vervolgens te bouwen. Om van een leeg bestand naar iets te gaan dat echt werkt. Om een probleem tegen te komen waarvan ik eerst geen idee heb hoe ik het moet oplossen en een paar uur later dat kleine moment te hebben waarop alles ineens klopt.

Ik geniet nog steeds van goede architectuur, van code die na een refactor ineens veel eenvoudiger wordt en van een interface die precies reageert zoals hij bedoeld is. En ja, ik kan me nog steeds veel te druk maken over de naam van een variabele of een stukje code waarvan ik vind dat het nét iets eleganter kan. 😉

Ik programmeer nog steeds. Ik leer nog steeds. En misschien wel het belangrijkste: ik heb nog steeds ontzettend veel plezier in het maken van websites en webapplicaties.

Toen ik in 2001 mijn eerste code in Notepad zat uit te typen, had ik onmogelijk kunnen voorspellen hoe mijn carrière eruit zou gaan zien. Dat ik in Argentinië zou wonen. Teams zou opzetten in India en Kazachstan. Aan projecten voor wereldmerken zou werken. Projecten zou bouwen die miljoenen Nederlanders gebruikten. Honderden developers zou begeleiden. Uiteindelijk mijn eigen bedrijf zou beginnen. Of dat ik 25 jaar later samen met kunstmatige intelligentie code zou zitten schrijven.

Geen idee wat we over nog eens 25 jaar gebruiken. Waarschijnlijk kijken developers tegen die tijd naar React en TypeScript zoals ik nu naar <font color="red"> kijk. Maar als ik in 2051 nog steeds met hetzelfde enthousiasme iets kan maken dat gisteren alleen nog maar een idee was, teken ik ervoor.

Op naar de volgende 25 jaar. 🚀

Gerelateerde artikelen